Dronenieuws Dinsdag 20 oktober 2026  · NL + BE
Nieuws

Faunadrone zoekt reekalfjes voor de maaier

Landschap Overijssel haalt 5.000 euro op voor een faunadrone. Van de teller staat 825 euro, en het maaiseizoen loopt op zijn eind.

Faunadrone zoekt reekalfjes voor de maaier

Half zeven ’s ochtends op Landgoed Smalenbroek, aan de rand van Enschede. De zon staat al hoog en de warmte is voelbaar. Op het zwart-witte warmtebeeld van de drone verschijnt ineens een opvallende witte vlek. Jarno schakelt over naar het gewone camerabeeld en daar is het: een bruin stipje, nauwelijks groter dan een konijn, volledig verscholen in het hoge gras. Als je niet weet dat het er ligt, stap je er zo voorbij.

Landschap Overijssel is een crowdfunding gestart voor een faunadrone en wil daarvoor 5.000 euro ophalen. Tot nu toe staat de teller op 825 euro, meldt Huis aan Huis Enschede. De organisatie schafte vorig jaar een eerste drone aan en draait dit jaar het eerste volledige seizoen ermee. Hoe dat er in het veld uitziet, beschrijft Landschap Overijssel zelf.

Waarom een warmtebeeldcamera hier wint van een hond

Reekalfjes van een week oud vluchten niet. Ze blijven roerloos liggen, ook als er een trekker op ze af komt. Dat instinct redt ze voor een vos en is fataal voor een maaibalk. Oudere dieren rennen wel weg richting de bosrand, waar de moeder ze later terugvindt.

Voorheen liep Landschap Overijssel de percelen meter voor meter af, vaak met een speciaal getrainde Duitse staander erbij die stokstijf bleef staan zodra hij iets rook. Dat werkt, maar het kost een veelvoud aan tijd, je loopt het gras plat en je pakt tekenbeten mee. Wordt er een kalf gevonden, dan gaat er een kooi van groen kippengaas overheen, een cirkel van ongeveer een meter met rood-witte linten, zodat de trekkerchauffeur weet waar hij een strook moet laten staan. Na het maaien gaat de kooi weg en kan de moeder terug.

Dat het zo vroeg moet, heeft twee redenen en de tweede is de interessantste. Warmte is de eerste: grote bladeren warmen snel op, en ridderzuring langs de perceelrand geeft dan witte vlekken op het scherm waardoor een kalfje juist lastiger te herkennen wordt. De tweede reden is planning. Spoor je de kalfjes vroeg op en maai je daar direct achteraan, dan weet je zeker dat er geen nieuwe jongen meer in het gras gaan liggen. Een vlucht op maandag en maaien op woensdag vindt dus wel de kalfjes van maandag, maar niet de jongen die er dinsdag bij komen liggen.

Op de ochtend die Landschap Overijssel beschrijft werden drie percelen gecontroleerd en op twee daarvan werden kalfjes gevonden en beschermd.

Het getal van 100.000 komt uit Duitsland en niet uit Nederland

In de berichtgeving staat dat er in Duitsland jaarlijks naar schatting 100.000 reekalfjes in maaimachines verdwijnen, een cijfer dat via een reportage bij tv-zender Arte rondgaat. Voor Nederland wordt “enkele duizenden” genoemd, en dat is een aanname van de melder, geen telling.

Dat is precies het soort cijfer dat wij hier normaal gesproken zouden opzoeken en dat er niet blijkt te zijn. Niemand telt centraal hoeveel kalfjes en jonge hazen er in Nederland tijdens het maaiseizoen omkomen. Dat maakt het probleem niet kleiner, maar het betekent wel dat elke campagne die “duizenden dieren per jaar” schrijft, iets doet wat wij bij drone-fabrikanten wel afstraffen: een schatting presenteren als vaststaand aantal.

Vijfduizend euro voor een faunadrone is niet duur, en dat is het probleem

Wij vinden dit een goed doel voor een drone en dat zeggen we zonder omhaal. Maar we vinden ook dat het een merkwaardige route is. Een thermische drone die dit werk doet, kost in de orde van een paar duizend euro tot een veelvoud daarvan afhankelijk van de sensor. Niet maaien is geen optie: de graslanden zijn verpacht aan boeren die het jonge gras nodig hebben voor hooi en voer, en zonder beheer verruigen de percelen. Die pachters zijn zelf enthousiast over de drone, want het gras wordt minder platgelopen en blijft beter maaibaar. Als het maaien een pachtinkomen oplevert en de drone het maaien beter maakt, is het merkwaardig dat de bescherming van weidevogels, hazen en reekalfjes afhangt van 825 euro aan giften.

En ons eigen enthousiasme heeft een zwakke plek. Een drone vindt niet alles. Hij vindt wat er ligt op het moment dat je vliegt, in de strook die je vliegt, bij het temperatuurverschil van dat uur. Vlieg je te laat op de ochtend, dan warmen de grote bladeren op het perceel op en gaat het kalfje op tussen de witte vlekken op het scherm. Wie een faunadrone koopt en denkt dat het maaiveld daarmee schoon is, heeft een duurder instrument gekocht om zich beter over te voelen. Het wildalarm op de trekker, gewoon een luide speaker die dieren wegjaagt, blijft er niet voor niets naast staan.

Vlieg je zelf, vraag dan deze week een terreinbeheerder of je mee mag

Heb je een drone met een thermische camera of overweeg je er een, dan is het maaiseizoen het moment waarop die het meeste nut heeft en waarop terreinbeheerders en boeren handen tekortkomen. Bel of mail een lokale beheerder en vraag of je mee mag op een ochtendronde. Je leert in twee uur meer over vlieghoogte, camera-instellingen en zoekpatronen dan in een maand oefenen boven je eigen tuin, en je vliegt met een doel.

Wel eerst de basis op orde: waar je mag vliegen en met welke bewijzen, zetten we uiteen bij droneveiligheid in gewone taal. Dat warmtebeeld en lidar ook politiek gevoelig liggen, bleek eerder bij het Amerikaanse verbod op bepaalde warmtebeeld- en lidardrones. En dat sensoren buiten de natuur net zo goed werk doen, lieten we zien bij drones die luchtkwaliteit meten.

Het seizoen is bijna om, de teller nog lang niet

Het maaiseizoen loopt op zijn eind, dus deze drone gaat het verschil pas volgend voorjaar maken. Tot die tijd is de vraag simpel: haalt een terreinbeherende organisatie 5.000 euro op voor een instrument dat aantoonbaar dieren redt. Staat de teller in het voorjaar nog rond de duizend euro, dan ligt het niet aan het idee maar aan de manier waarop natuurbeheer in Nederland aan zijn gereedschap komt.