Dronenieuws Dinsdag 20 oktober 2026  · NL + BE
Nieuws

Portugal koopt AR5-drones voor kustbewaking

De Portugese luchtmacht krijgt vanaf september AR5-drones van Tekever, met grondstations, ATLAS-missiesoftware en training erbij. Wat dat pakket bevat.

Portugal koopt AR5-drones voor kustbewaking

De Portugese luchtmacht krijgt vanaf begin september AR5-drones geleverd van Tekever, een fabrikant uit eigen land. Het contract gaat niet alleen over de toestellen: er zitten grondstations, de ATLAS-missiesoftware en twee trainingsrondes voor het personeel bij. Defensiedocumenten wijzen op een budgetplafond van ongeveer 7,79 miljoen euro.

De AR5 is geen quadcopter maar een vastvleugeltoestel van bijna 200 kilo met een spanwijdte van bijna acht meter. Hij vliegt tot 20 uur achter elkaar met 50 kilo aan sensoren aan boord en houdt via satellietverbinding contact ver buiten radiobereik. Portugal zet hem in voor de bewaking van de exclusieve economische zone, maritieme veiligheid en bosbrandbestrijding.

Even omrekenen naar wat wij vliegen

Die 20 uur is het getal waar je bij stil moet staan. Een goede consumentendrone haalt met een verse accu een minuut of dertig. Eén AR5-vlucht staat dus gelijk aan zo’n veertig accuwissels achter elkaar, zonder tussenlanding. En dan draagt hij ook nog 50 kilo, terwijl jouw hele toestel inclusief camera meestal geen kilo weegt.

Dat verschil zit hem niet in betere accu’s maar in een ander vliegprincipe. Een quadcopter houdt zichzelf met vier motoren continu in de lucht; alle energie gaat op aan zweven. Een vastvleugeltoestel vliegt op zijn vleugels en hoeft alleen vooruit geduwd te worden. Daarom zie je bij lange bewakingsvluchten boven zee altijd vleugels en nooit rotoren.

Waarom een land dit zelf wil bouwen

Portugal bewaakt een van de grootste zeegebieden van Europa met een luchtmacht die niet groot is. Bemande patrouillevliegtuigen zijn duur per uur en je hebt bemanningen nodig die moeten slapen. Een toestel dat 20 uur boven de Atlantische Oceaan kan blijven hangen en beelden doorstuurt via satelliet, verandert die rekensom volledig.

Daar komt een tweede argument bij dat luitenant-kolonel Luís Henriques en Tekever-directeur Pedro Petiz allebei noemen: het is techniek van eigen bodem. Geen exportvergunning van een ander land nodig, geen wachtrij achter grotere klanten, en updates die je zelf kunt laten bouwen. Tekever levert ook aan het Europese agentschap voor maritieme veiligheid EMSA en aan het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken, en de techniek draait in Oekraïne — waar een neergehaalde AR3 volgens berichten meteen de belangstelling van Russische onderzoekers trok.

De laag waar wij niet in mogen vliegen

Voor wie zelf vliegt is dit vooral een blik op een categorie waar de hobbyregels ophouden. Een toestel van 200 kilo dat buiten zichtzicht op grote hoogte opereert, valt in Europa nooit onder de open categorie waar onze drones in zitten. Zoiets vliegt met militaire vrijstellingen of onder een specifieke vergunning, met gescheiden luchtruim en een gecertificeerde bestuurder op een grondstation.

Het interessante is dat de techniek eronder wel dezelfde kant op beweegt als bij ons. Satellietverbinding voor vluchten buiten zicht, missiesoftware die zelf een zoekpatroon vliegt, sensoren als losse laadmodules — dat zijn precies de dingen die in de civiele wereld nu per stukje worden vrijgegeven. Wat de regelgeving daarmee doet, volgen we ook in het Amerikaanse verbod op warmtebeeld- en lidardrones.

Twee trainingsrondes, en waarom dat het echte werk is

De uitrol is opgedeeld in twee fasen: een eerste opleiding die in september klaar is zodat het personeel de toestellen meteen kan bedienen, en een tweede ronde in oktober om er echt mee te kunnen werken. Dat lijkt een detail in een persbericht, maar iedereen die weleens een nieuwe vluchtcontroller heeft moeten leren kennen weet hoe het werkt: het toestel is het makkelijke deel, de software eromheen kost de tijd. Hoe groot dat verschil is, merk je ook bij het vergelijken van vluchtcontroller-firmware.

Wat wij hier vooral in zien: drones met deze uithoudingsvermogens zijn in Europa hard op weg van uitzondering naar standaardgereedschap — voor kustwachten, voor bosbrandbestrijding en voor grensbewaking. De discussie over drones bij luchthavens die dichtgaan gaat over de andere kant van diezelfde ontwikkeling: hoe meer er vliegt, hoe belangrijker het wordt wie wat waar mag.

Bron: Newsmonkey, op basis van berichtgeving van Euronews.